LijnVDA-rechts.png

PRRS, een blijvende strijd

Nieuwsbrief opgesteld door Bart De Bock, Dierenarts bij Vanden Avenne-Ooigem

 

Begin jaren ’90 is het PRRS virus voor het eerst in Europa verschenen.  Aanvankelijk probeerde men het virus in te perken en eventueel uit te roeien.

 

Zoals wel bekend, is dat helemaal niet gelukt en is het virus nu algemeen verspreid. Hoewel er op veel bedrijven immuniteit tegen het virus aanwezig is, wordt er toch nog steeds veel schade veroorzaakt.

 

Enerzijds ziet men dan vruchtbaarheidsstoornissen, vooral verwerpingen na dag 60 van de dracht en zwak geboren biggen.

Anderzijds veroorzaakt het virus ademhalingsstoornissen en immuniteitsstoornissen bij de biggen en vleesvarkens.

 

Nu het virus dus behoorlijk algemeen verspreid is, stelt zich de vraag hoe u hier als varkenshouder de strijd tegen aanbindt.

 

Naast de mogelijkheid van PRRS-vaccinatie, is deze strijd gebaseerd op 2 hoofdzaken :

 

  1. Optimalisatie van de externe bioveiligheid : voorkomen dat nieuwe stammen op het bedrijf worden binnen gebracht (levende dieren, lucht, sperma, bezoekers, …);
     
  2. Optimalisatie van de interne bioveiligheid : beperken van de gevolgen van de aanwezigheid van het virus op het bedrijf.

Externe bioveiligheid

 

Aanvoer van PRRS-negatieve dieren (gelten) of een voldoende lange (minimaal 8 weken) quarantaine volgens all-in / all-out – principe met reiniging en ontsmetting is van zeer groot belang.

 

Wat de introductie van het virus via de lucht betreft, hangt veel af van de omgeving.  Hoe varkensarmer de omgeving, hoe kleiner het risico. Er kan overwogen worden om met luchtfiltratie te werken om het eventuele virus uit de inkomende lucht te filteren.  Daarbij dient dan te worden gerealiseerd dat dit het risico op introductie van het virus op het bedrijf vermindert, maar niet tot nul brengt.

 

Aankoop van PRRS-vrij sperma is zeker ook een te overwegen maatregel. 

 

Interne bioveiligheid

 

Het doel van optimalisatie van interne bioveiligheid is de verspreiding van aanwezige virusstammen op het bedrijf tussen verschillende diergroepen zo beperkt mogelijk te houden.  Scheiden van leeftijdsgroepen, maar ook scheiden van materialen, kledij, enz. tussen leeftijdsgroepen zijn cruciaal.

 

Op het gesloten varkensbedrijf is het in eerste instantie de bedoeling om viruscirculatie in de zeugenstapel zo laag mogelijk te houden. Het ultieme doel hierbij is de geboorte van PRRS-vrije biggen. Na geboorte geldt de regel, hoe jonger de besmetting optreedt, hoe groter de kans op klinische problemen.

 

In dit kader is de ‘Biggenmonitor – biggenbatterij’ van DGZ een handig instrument om de PRRS-situatie op een bedrijf op te volgen.  Hierbij worden 10 gespeende biggen en 10 biggen van 10 weken leeftijd gescreend op aanwezigheid van PRRS-virus.  Zo krijgt u een idee of en wanneer besmetting bij de biggen op de batterij gebeurt.  Als het virus wordt gevonden, wordt een sequentie-analyse uitgevoerd.  Dit laat toe om na te gaan of er een nieuwe stam op het bedrijf wordt gevonden en/of er eventueel meerdere stammen circuleren.

 

Verder is er nu ook de mogelijkheid om pasgeboren biggen te screenen op eventuele besmetting via de zogenaamde ‘processing fluids’.  Hiertoe worden de staartjes en teelballetjes bij de biggenbehandeling verzameld in een plastiek zakje.  Het weefselvocht dat hieruit verkregen wordt, dient dan als analysestaal.  Per staal zou dan het materiaal van tot maximaal 250 biggen (een 15 à 20-tal worpen) onderzocht kunnen worden, wat de analysekosten zeer beperkt houdt.   

   

Kortom

 

De strijd is nog niet gestreden en een regelmatige opvolging is geen overbodige luxe op een hedendaags professioneel varkensbedrijf.  De ‘Biggenmonitor’ van DGZ is een goede basis en kan door ander onderzoek worden aangevuld.  Dit levert interessante informatie op het ogenblik dat er problemen optreden (zoals waar komt het probleem vandaan ?).

Is het een gekende stam op het bedrijf die opnieuw voor problemen zorgt of is er nieuwe stam binnengebracht ?

Daarnaast zijn het interessante tools om de huidige bedrijfsvoering te evalueren en te optimaliseren.

 

Uiteraard is het moeilijk om dit allemaal zelf perfect op te volgen.  Daarom staat uw dierenarts u hiervoor met raad en daad bij.

 

Succes !!!