LijnVDA-rechts

Conditie ok is topresultaat

Conditie ok = topresultaat !

 

Nieuwsbrief opgesteld door Kristien Vanbelleghem, adviseur varkens en specialisatie zeugenhouderij bij Vanden Avenne-Ooigem nv

 

Zijn uw zeugen de winter goed doorgekomen? Denkt u het, of weet u het zeker ? Conditie kunt u niet goed inschatten met alleen kijken: u moet meten (foto 1).  Zeugen kunnen er hetzelfde uitzien, maar toch een heel andere spekdikte hebben (foto 2).

 

 

 

Waarom is spek zo belangrijk bij een zeug?

 

  • Zie de speklaag als een batterij;
  • Hoe beter die “opgeladen” is, hoe beter de zeug kan presteren;
  • Let wel op: zeugen mogen niet te vet worden.

 

Te vette zeugen geven vaker problemen, zoals:

 

  • Slechtere doorbloeding van de klauwen;
  • Meer belasting op de gewrichten;
  • Geen uniforme toom als u ze in het begin van de dracht hebt afgeremd;
  • Minder vitale biggen;
  • Minder eetlust in de kraamstal, waardoor ze minder melk geven;
  • Meer kans dat de biggen doodliggen. Ze zijn lomp en vaak lui;
  • Meer kans op vetdiarree bij de biggen.

Te vette zeugen kunt u bijsturen in het midden van de dracht of in de zoogperiode. In de kraamstal kunt u ze beperken tot maximaal 6,5 kg/zeug/dag. Hou er rekening mee: dan is er meer risico op vetdiarree bij de biggen.

 

Maakt een zeug melk met het voer dat ze opneemt, dan zijn de vetten in de melk makkelijker verteerbaar voor biggen (vergelijk het met “margarine”). Gebruikt ze te veel van haar eigen lichaamsvet, dan zitten er vetten in de melk die biggen moeilijker verteren (meer zoals “boerenboter”). Richtwaarde: laat een zeug in de kraamstal liefst maximaal 4 mm spek verliezen.

 

Rem een vette zeug nooit in het begin van de dracht. Dat gaat altijd ten koste van de ontwikkeling van de placenta en de vruchten (foto 3: 4w dracht en foto 4).

 

 

 

Wat ziet u bij te magere zeugen ?

 

  • Meer doodgeboren biggen. Veel mensen denken dat dit vooral bij vette zeugen is, maar zeugenboekhoudingen leren ons dat het risico het hoogst is bij te magere zeugen;
  • Doorligwonden;
  • Kleinere nesten omdat er minder follikels ovuleren (foto 5);
  • Vaak toch mooie, vitale biggen, als ze na spenen juist gevoederd werden. Dat kunt u alleen correct doen als u spek meet;
  • Vaak kunt u bij deze moeders toch zware biggen spenen omdat ze in de kraamstal heel vlot voer opnemen. Als ze echter mager de kraamstal binnen komen, krijgt u deze zeugen niet meer in één cyclus hersteld;
  • Vlotte bronst na spenen, net door die hoge voeropname in de kraamstal. Vroeger bleven deze zeugen achter in de dekstal. Door selectie op vruchtbaarheid worden ook magere zeugen vandaag vaak vlot bronstig;
  • Ze kunnen wel onregelmatig terugkeren na dekken omdat ze te weinig reserve hebben om de dracht in stand te houden. Hun batterij is onvoldoende opgeladen om opnieuw te presteren.

 

 

Te magere zeugen kunt u bijsturen op twee momenten:

1) In de kraamstal
Voeder maximaal en/of geef meer voerbeurten. Een meer geconcentreerde lacto kan ook helpen.

2) Na spenen
Geef ad lib, zodat ze kunnen opnemen wat ze willen. U moet echt hoog gaan om een zeug bij te werken. Onthoud: 1 mm spek komt overeen met 10 kg extra voer bovenop het rantsoen van zeugen die ok staan. Spreidt u het herstel over de eerste maand, dan is dat 330 g extra voer per dag, per mm dat ze te mager staat. Daarom: magere zeugen krijgen alles wat ze op kunnen.

Extra aandacht is nodig voor een zeug die naast spek ook “vlees” verloren is. Zij moet ook spieren terug opbouwen. Daarom is het makkelijker om een zeug van 12 mm naar 16 mm te corrigeren dan van 8 mm naar 10 mm. In dat laatste geval is ze meestal eveneens vlees kwijt, en dat moet ze ook terug winnen.

 

 

Spier en spek meten: wat moet u weten?

 

Er wordt vandaag veel gesproken over spier-spek metingen. In de praktijk is het niet zo eenvoudig.

 

Verschillende meettoestellen geven voor dezelfde zeug andere (absolute) waarden. U kunt toestellen dus niet zomaar met elkaar vergelijken. Hoort u cijfers over spier-spek ? Vraag dan altijd met welk toestel er gemeten is.

Werkt u met één type toestel, dan kunt u wel de evolutie volgen. Voor sommige problemen kan dat helpen om in kaart te brengen wat er gebeurt.

Vandaag kan niemand per ras zeggen welke spierdikte gewenst is in de verschillende stadia van de dracht. Voor spek hebben we wel richtwaarden bij spenen, dekken, 5 weken dracht en werpen. Voor spier bestaat er nog geen referentie. Bijkomend onderzoek is noodzakelijk om er in de praktijk mee aan de slag te gaan.

Zeugen wegen kan wel interessant zijn, zeker samen met een spekmeting. Vooral bij groeiende dieren (tot de vierde cyclus) geeft dit extra info om het voerschema bij te sturen.

 

 

Wilt u het maximum uit UW zeugen halen ? (foto 6)

 

Neem contact op met uw vertegenwoordiger en vraag een spekmeting op zeugen in verschillende drachtstadia. Zo geeft u voer aan de dieren die het nodig hebben, zonder luxeconsumptie. Uw zeugen én uw portemonnee zullen u dankbaar zijn.