Bedrijfsadvies

Bemestingsnormen 2015-2018

Hieronder vind je een handig overzicht van de bemestingsnormen die geldig zijn van 2015 tot en met 2018. Een belangrijke parameter is de fosfaatklasse van uw perceel. Tot vorig jaar (2016) waren de meeste percelen ingedeeld in klasse 3. Vanaf 2017 worden alle percelen in klasse 4 ingedeeld, tenzij je in 2016 of vroeger een fosfaatanalyse hebt uitgevoerd en bezorgd aan de VLM. Dan kan uw perceel in klasse 1, 2 of 3 terecht gekomen zijn.


Derogatie 2017

Nadat u voor 15/02/2017 derogatie hebt aangevraagd via mestbankloket moet u de percelen aanduiden in uw verzamelaanvraag.

Derogatie laat toe dat bedrijven meer dierlijke mest kunnen opbrengen dan de maximale bemestingsnorm van 170 kg N/ha, weliswaar onder strikte voorwaarden.

In de brochure derogatievoorwaarden 2017 vindt u informatie over de:

  • voorwaarden om een aanvraag in te dienen (aanvraag, uitgesloten percelen, uitgesloten bedrijven, derogatieteelten, administratieve controle aangevraagde derogatie)
  • na te leven derogatievoorwaarden (teelten, mestsoorten, bemesting, graslandbeheer, mest- en bodemanalyses en bemestingsplan)
  • gevolgen bij het niet naleven van de voorwaarden
  • bezwaarmogelijkheden tegen (gedeeltelijke) afkeuring en sanctie van derogatie
  • overzicht bemestingsnormen derogatie

Focusbedrijven (2017)

Overzichtskaart focusgebieden

Overzichtskaart focusgebieden extra (veranderingen t.o.v. 2016)

Fosfaatklasse

De fosfaatbemestingsnormen worden in 4 verschillende klassen uitgesplitst, i.f.v. van de fosfaatbeschikbaarheid in de bodem (te bepalen via grondanalyse).

De standaardnorm (zonder analyse) is klasse 3 voor 2015 en 2016. Vanaf 2017 is de standaardnorm klasse 4.

Bij een lage fosfaatbeschikbaarheid (te bepalen via analyse) zal u een hogere fosforbemesting mogen toepassen dan de standaardnorm. Als u analyse bezorgd vóór 31 augustus 2017 aan de VLM (aanvraagformulier), telt nieuwe norm vanaf het jaar hier opvolgend.

Analyse is 5 jaar geldig. Analyses van voorbeeld 2014 telt nog tem 2019. Als analyse "vervalt", zakt perceel met één klasse.

Voor analyses genomen vanaf 2015, die aantonen dat er minder fosfor inzit dan de standaardnorm, zal een deel van de kosten voor de analyse, terugbetaald worden.

Moet je een analyse nemen voor vb groententeelt, randvoorwaarden, nitraatresidu, neem dan de fosforanalyse mee. Zo kan je zien of je kan verhogen in fosforbemestingsnorm = verlagen in klasse.

Burenregeling, kan ook via mestbankloket

Voor de opmaak van burenregeling kan u nog altijd gebruik maken van de papieren versie van het burenregelingsdocument (toelichting).

De bevestiging (registratiebewijs) van de VLM wordt niet meer per post verstuurd. Deze moet afgeprint worden via het mestbankloket en aanwezig zijn tijdens het transport.

U kunt ook de burenregeling aanvragen via het mestbankloket. De ene landbouwer maakt document op en de andere landbouwer bevestigd. Na bevestiging van de tegenpartij kan onmiddellijk het registratiebewijs afgedrukt worden, nodig om het transport uit te voeren.

Handleiding aanmaken overeenkomst burenregeling via mestbankloket.

Burenregelingen met mestverwerkingsinstallaties kunnen enkel via mestbankloket. Daarnaast moeten ze ook voor en nagemeld worden.

Handleiding burenregeling met mestverwerkingsinstallatie.

Bemestingsregels

In MAP 5 is de uitrijregeling geharmoniseerd, waardoor meststoffen die gelijkaardige eigenschappen hebben op het vlak van de stikstofvrijstelling dezelfde uitrijregeling krijgen. De meststoffen zijn opgedeeld in drie types:

  1. meststoffen van type 1: stalmest, champost en traagwerkende meststoffen (gecertificeerd groen- en gft-compost en meststoffen met attest);
  2. meststoffen van type 2: alle meststoffen die niet tot type 1 of 3 behoren;
  3. meststoffen van type 3: kunstmest, spuistroom en effluenten.

Uitrijregeling

De VLM heeft een handig overzicht gemaakt van de uitrijregeling, rekening houdend met:

  • type meststof
  • tijdstip
  • (niet-) focusbedrijf
  • grondsoort 
  • teelt

Bemesten na 31 augustus

Landbouwers mogen in een aantal gevallen hun percelen nog bemesten na 31 augustus als het gaat om niet-derogatiepercelen. Op derogatiepercelen mag geen enkel type meststof opgebracht worden vanaf 1 september t.e.m. 14 februari.



Opslag van meststoffen op landbouwgrond

Landbouwers mogen nog vaste dierlijke mest of andere meststoffen tijdelijk opslaan op landbouwgrond, op voorwaarde dat:

  • de mest op het perceel is opgeslagen om daar te worden gespreid;
  • de afstand van de opslag tot de perceelsgrens en het oppervlaktewater moet ten minste 10 meter zijn. Bij regen voorkomt dit afvloei van mestsappen buiten het perceel. Vooral bij hellende percelen is dat een aandachtspunt, omdat de landbouwer in alle omstandigheden moet voorkomen dat mestsappen afvloeien buiten het perceel, ongeacht de afstandsregel;
  • om geurhinder te minimaliseren moet de afstand tot woningen van derden ten minste 100 meter zijn.
Het is verboden om vaste dierlijke mest op te slaan op landbouwgrond vanaf 16 november t.e.m. 15 januari. Buiten die periode mag de landbouwer de vaste dierlijke mest maximaal twee maanden opslaan op landbouwgrond.

Vanggewassen en nateelten volgens het mestdecreet

Het inzaaien van een vanggewas is een goede praktijk om de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlakte- en grondwater te verminderen. Het Mestdecreet verplicht sommige bedrijven om op bepaalde percelen of na sommige teelten een vanggewas in te zaaien. Het Mestdecreet legt daarnaast ook verplichtingen op voor het gebruik van een nateelt.

Weet u wat het verschil is tussen een vanggewas en een nateelt? Moet uw bedrijf een vanggewas of nateelt inzaaien? En hoe kunnen vanggewassen u helpen om te voldoen aan de vergroeningseisen van het GLB? Lees het in deze fiche.

Meer info vindt u via deze link

PAS-lijst

In kader van de programmatorische aanpak stikstof (PAS) is een eerste lijst gepubliceerd met mogelijkheden om uw extra ammoniak te reduceren. Dit is vooral van belang voor "oranje" en "rode" bedrijven. In deze lijst zijn de verschillende technieken opgesomd voor rundvee, varkens en pluimvee met hun reductiepercentage. Per techniek kan u een gedetailleerde beschrijving terugvinden.

PAS-lijst

Waarvoor kunt u terecht bij het nitraatmeldpunt?

  • Als op uw perceel in opdracht van de Mestbank het nitraatresidu bepaald wordt (controlestaal), kunt u tot en met dinsdag 29 september 2015 via het Nitraatmeldpunt laten weten:
    .
    • of u aanwezig wilt zijn bij de staalname op uw perceel. Als u hiervoor kiest, moet u ook het telefoonnummer achterlaten waarop u 15 minuten voordat de staalname begint, wenst gecontacteerd te worden;
    • of u na 1 juli 2015 band- of rijbemesting hebt toegepast op uw perceel.
De VLM brengt het laboratorium op de hoogte van deze meldingen. Het labo zal dan contact met u opnemen om aanwezig te zijn bij de staalname. In het geval van band- of rijbemesting zal de aangepaste bemonsteringswijze toegepast worden. Na 29 september moet u hiervoor rechtstreeks contact opnemen met het laboratorium dat door de Mestbank is aangeduid om de staalname op uw perceel uit te voeren. De contactgegevens van het laboratorium, zult u terugvinden op de brief met de geplande staalnamedatum die u van hen ontvangt.

  • Als u denkt dat de staalname op uw perceel niet correct uitgevoerd werd of als u andere onregelmatigheden vaststelt, dan kunt u die op het nitraatmeldpunt melden vanaf 1 oktober. Meld de eventuele onregelmatigheden zo snel mogelijk. U kunt onregelmatigheden melden voor de:
    .
    • staalnames die uitgevoerd worden in opdracht van de Mestbank (controlestalen);
    • staalnames die u laat uitvoeren op eigen kosten.

De VLM zal een onderzoek instellen naar de gemelde onregelmatigheden en brengt u op de hoogte van het resultaat.

Nitraatmeldpunt

Groenbedekkers als EAG

  • De groenbedekker of vanggewas moet u aanleggen door het inzaaien van een mengsel van groenbedekkers of vanggewassen of door gras onder het hoofdgewas in te zaaien;
    .
  • Het mengsel moet bestaan uit minstens twee gewassen die voorkomen op de lijst als bijlage 1;
    .
  • De minimale zaaidichtheid moet minstens 50% bedragen van de aangegeven minimale zaaidichtheid zoals opgenomen in de bijgevoegde lijst, en dit voor minstens 2 gewassen uit het mengsel;
    .
  • U moet gecertificeerd zaaizaad gebruiken of, als er geen gecertificeerd zaaizaad bestaat, handelszaaizaad;
    .
  • Wanneer u gras onder het hoofdgewas inzaait, dan zal dit enkel als groenbedekker voor ecologisch aandachtsgebied meetellen wanneer het gras niet vernield wordt bij de oogstwerkzaamheden, of m.a.w. er moet een voldoende dichte grasmat aanwezig blijven tijdens de aanhoudingsperiode;
    .
  • U mag geen gewasbeschermingsmiddelen toepassen. Er geldt enkel een uitzondering voor grassen: wanneer een gras als hoofdcomponent deel uitmaakt van het mengsel dan is een behandeling toegestaan vóór het inwerken van de groenbedekker voor zover dit gebeurt na de minimale aanhoudingsperiode;
    .
  • Om als ecologisch aandachtsgebied te kunnen meetellen mag het perceel met de groenbedekker geen gras als hoofdteelt hebben;
    .
  • Naar gelang de landbouwstreek gelden verschillende uiterste inzaaidata en minimale aanhoudingsperiodes:

    * Polders en Duinen: inzaaien vóór 1/9 en minstens aanhouden tot 15/10;
    .
    * Leemstreek: inzaaien vóór 1/10 en minstens aanhouden tot 1/12;
    .  
    * Zandleemstreek en andere: inzaaien vóór 1/10 en minstens aanhouden tot 1/02;
    .
  • Een groenbedekker of vanggewas mag niet geoogst, noch begraasd worden tot de uiterste datum van de minimale aanhoudingsperiode. Daarna mag de groenbedekker geoogst, gemaaid of begraasd worden. Om de zaadvorming te voorkomen is maaien of klepelen tijdens de aanhoudingsperiode wel toegestaan, voor zover de gehele plant niet vernietigd wordt. De groenbedekker mag in elk geval niet als hoofdteelt voor de volgende campagne gebruikt worden; 

  • U moet het betrokken perceel minstens van 21/4 tot en met 31/12 in eigen gebruik hebben.

Oogsten en begrazen van 'groenbedekking' onder ecologisch aandachtsgebied in het kader van de vergroening alsnog toegelaten

Een voorwaarde van EAG groenbedekking is gewijzigd. De groenbedekker (of vanggewas) mag toch nog geoogst mag worden, nadat aan het doel van de groenbedekker voldaan is. Concreet betekent dit dat oogsten toegelaten is na het verstrijken van de minimale aanhoudingsperiode. De groenbedekker gebruiken als hoofdteelt in de volgende campagne is echter nog steeds niet toegestaan. Deze wijziging kan landbouwers doen beslissen toch EAG groenbedekking te selecteren. Dit kan dus nog tot 1 juni 2015 door via het e-loket een wijziging van de verzamelaanvraag in te dienen.

Meer info hieromtrent vindt u hier

Aantal boedemstalen ifv de randvoorwaarden: belangrijke wijziging vanaf 2015

In het kader van de handhaving van de organische stof in de bodem, moet de landbouwer reeds langer een aantal analyseresultaten over het koolstofgehalte en de zuurtegraad van zijn percelen die geen grasland zijn of permanente bedekking hebben, kunnen voorleggen bij controle ter plaatse.

Het vereiste aantal analyseresultaten wordt gewijzigd: vanaf 2015 moet de landbouwer per begonnen schijf van 5 ha landbouwgrond (exclusief grasland of permanente bedekking) minstens één geldig analyseresultaat kunnen voorleggen. Het minimumaantal wordt aanvullend begrensd door het aantal percelen landbouwgrond (exclusief grasland of permanente bedekking). Vanaf 2015 blijven de analyses vijf in plaats van drie jaar geldig. De monsterneming, analyse en bijhorende landbouwkundige adviezen, moeten gebeuren door daartoe erkende laboratoria.

Afstandsregels tot waterlopen bij bemesting (bron: VLM)

Als we willen dat de waterlopen evolueren naar goede tot zeer goede ecologische toestand en dat de waterkwaliteitsnormen worden gehaald, is het belangrijk dat u voldoende afstand houdt tot de waterloop bij het bemesten. Zo voorkomt u dat de mest in de waterlopen terecht komt en dat mest oppervlakkig afspoelt tijdens of kort na de opbrenging. Ook ondiepe uitspoeling van nitraat blijft op die manier beperkt.

Hoe ver moet ik van de waterlopen blijven voor bemesting?

Opslagregels vaste dierlijke mest

  • Vaste dierlijke mest opslaan op landbouwgrond mag niet meer van 15 november tot en met 15 januari.
  • Van 16 januari tot en met 14 november mag de landbouwer wel nog vaste dierlijke mest opslaan op landbouwgrond. Hij moet zich houden aan deze voorwaarden:

    • De mesthoop moet minimaal 100 meter van de woningen van derden liggen;
    • De mesthoop moet minimaal 10 meter van de perceelsgrens en het oppervlaktewater liggen;
    • De landbouwer mag er enkel de mest opslaan die hij nadien op dat perceel zal uitspreiden. Hij moet de mest uitspreiden binnen de 2 maanden;
    • Mestsappen mogen niet afvloeien naar het oppervlaktewater of niet-landbouwgrond.
Vaste dierlijke mest is stalmest, de vaste fractie na het scheiden van dierlijke mest, dierlijke mest met een drogestofgehalte van minimum 20 % en champost.

 

Bemesting na de oogst

In de zware kleigronden en/of de Polders

Na de oogst van een hoofdteelt is het verboden vloeibare dierlijke mest, kunstmest of andere meststoffen (uitgezonderd andere meststoffen met lage N-inhoud of trage N-vrijstelling) op te brengen, tenzij binnen de 15 dagen na de bemesting een vanggewas wordt ingezaaid of tenzij na de oogst een nateelt wordt ingezaaid of geplant.

Op andere gronden

Na de oogst van een hoofdteelt is het verboden vloeibare dierlijke mest, kunstmest of andere meststoffen (uitgezonderd andere meststoffen met lage N-inhoud of trage N-vrijstelling) op te brengen, tenzij na de hoofdteelt:

  • een groente van groep I, groente van groep II of groente van groep III als nateelt ingezaaid/geplant wordt;
  • hetzij uiterlijk op 31 juli een nateelt ingezaaid wordt;
  • hetzij na 31 juli en uiterlijk op 31 augustus een vanggewas ingezaaid wordt, de hoeveelheid vloeibare dierlijke mest of andere meststoffen is in dit geval maximaal 60 kg N/ha, voor kunstmest en effluenten maximaal 30 kg N/ha.
    Een vanggewas is één van de volgende teelten: gele mosterd, bladrammenas, Facelia, Tagetes, voederkool, bladkool, festulolium, Niger, gras, Japanse haver, zomerhaver of snijrogge.

Opmerkingen:

  • Voor vaste dierlijke mest gelden de normale bemestingsregels;
  • Op derogatiepercelen is bemesting na 31 augustus verboden (ook voor stalmest).

Hier vindt u een schematische voorstelling